Brede of smalle banden in de winter?

  • Auteur: OPONEO.NL

Is het in de winter beter om smallere of bredere banden te gebruiken? Wat zijn de voordelen van de verschillende mogelijkheden? Waar hangt onze beslissing vanaf? Bekijk.

Belangrijkste informatie uit het artikel:

  • in de winter hebben we te maken met het grootste aantal verschillende oppervlakken (sneeuw, ijs, droog, nat, modder – voorkomend in verschillende combinaties),
  • op zachte oppervlakken (losse sneeuw) zijn brede banden beter (lagere druk op de ondergrond beschermt tegen vastrijden), op vaste oppervlakken (ijs, aangereden sneeuw) zijn smalle banden beter hogere druk betekent betere grip,
  • als je vaak rijdt op aangereden sneeuw en ijs (slecht onderhouden lokale wegen) is het beter om smalle banden te monteren,
  • als je vaak rijdt over goed onderhouden hoofdwegen (bv. over lange afstanden) en/of in de stad is het beter om een standaard bandenmaat te nemen,
  • brede banden functioneren het best in losse sneeuw, maar daarin wordt meestal zelden of helemaal niet gereden.

Conclusie: De breedte van winterbanden is afhankelijk van de omstandigheden waar je het meest mee te maken hebt. Zoek je meer gedetailleerde informatie? Lees verder.

Om deze vraag te beantwoorden moet je bepaalde natuurkundige wetmatigheden begrijpen. Laten we beginnen met een eenvoudig voorbeeld. Het is geen geheim dat een mens moeite heeft om zich voort te bewegen op ijs. Dat komt doordat de schoen weinig grip heeft op de oppervlakte. Ski's of rackets veranderen daar niet veel aan. Maar met schaatsen of ijsijzers kunnen we ons relatief makkelijk voortbewegen.

In de winter hebben we te maken met wisselende omstandigheden
op de weg, bv. aangereden sneeuw in combinatie met ijs (foto Goodyear).

Als we daarentegen te maken hebben met losse sneeuw, zijn schaatsen of ijsijzers niet bepaald nuttig. Ski's en rackets daarentegen zorgen ervoor dat je niet in de sneeuw zakt, zodat je je kunt verplaatsen.

Zo zie je dat voortbeweging op winterse oppervlakten afhankelijk is van de juiste puntdruk op de ondergrond. Dit heeft een direct verband met de contactoppervlakte tussen de mens en de ondergrond. Voor ijs is een bijzonder hoge puntdruk nodig (een zo klein mogelijk contactoppervlak met de ondergrond). Voor losse sneeuw is juist een zo klein mogelijke puntdruk nodig (een zo groot mogelijk contactoppervlak met de ondergrond), ski's en sneeuwrackets zorgen daarvoor.

In de autobranche vinden we analoge voorbeelden:

  • motoren die racen op een ijsbaan (vergelijkbaar met speedway) hebben banden met metalen spijkers,
  • rallyauto's die racen op ijs zijn ook uitgerust met banden met metalen spijkers,
  • personenwagens die worden gebruikt voor ritten in arctische terreinen in bijzonder diepe sneeuw (zg. sneeuwvoertuigen – bv. voertuigen van het type BIG FOOT of ARCTIC TRUCK) zijn uitgerust met enorme banden met diameters van meer dan 1 meter en een breedte van circa 500 mm, met een bandenspanning van 0,2 bar (10 keer minder dan bij gewone terreinwagens!),
  • voertuigen als pistenbully's of sneeuwscooters hebben rupsbanden die ervoor zorgen dat de voertuigen zelfs niet in de allerzachtste losse sneeuw zakken en niet gaan slippen.

De puntdruk is daarmee het belangrijkste criterium voor de bandenkeuze. Voor ijs moet de puntdruk zo hoog mogelijk zijn, voor losse sneeuw zo laag mogelijk.

Controleer voordat u op reis gaat de technische staat van je banden (foto Goodyear).

Welke omstandigheden kun je tegen komen als je met een personenauto over winterse wegen rijdt?

Op winterse wegen kunnen we te maken krijgen met de volgende wegoppervlakten:

  • droog asfalt,
  • nat asfalt,
  • nat asfalt met een laagje water of plassen,
  • asfalt dat is vervuild met gevallen herfstbladeren of modder die is ontstaan door water of op het wegdek is gekomen door voertuigen die uit akkers komen,
  • losse droge sneeuw,
  • losse bevroren sneeuw, verijsd,
  • aangereden sneeuw, niet glad,
  • gladde aangereden sneeuw,
  • losse natte sneeuw, plakkerig,
  • gesmolten sneeuw, slib, sneeuwmodder,
  • geklonterde sneeuw, papsneeuw,
  • "zwart ijs"/ opgevroren vocht,
  • "witte sneeuw"/gladde aangereden sneeuw, onder de sneeuw ligt ijs,
  • "rasp"/ bevroren water met sneeuw, verijsd slib.
     

In de winter kunnen we ook te maken krijgen met gelaagde oppervlakken – bv.: een onderlaag van ijs of aangereden sneeuw (de minste grip", en een bovenlaag van losse, droge of natte sneeuw die veel rijweerstand oplevert.

Verder moeten we rekening houden met dwarse (verschillende oppervlakten aan beide kanten van het voertuig, ijs- en slibsporen), overlangse (in bossen, op viaducten, bruggen, fly-overs, in tunnels, bebouwde kom, gestrooid met zand, zout, slakken) en schuine wisselingen van oppervlakten (een combinatie van eerder genoemde wisselingen).

Voor het gripniveau zijn ook ongelijkheden van de sneeuw-ijsoppervlakten van betekenis (bv. ijsruggen, bevroren ijssporen, sneeuw-ijsbulten of -kuilen).

In de bergen kunnen sneeuwkettingen op de banden handig zijn (foto Goodyear).

Hoe kies ik de geschikte banden voor de gegeven omstandigheden?

Gelet op deze uiteenlopende omstandigheden is het moeilijk om eenduidig antwoord te geven op de vraag of je moet kiezen voor brede of smalle banden in de winter. We kunnen wel een aantal afhankelijkheden weergeven op basis waarvan iedereen voor zichzelf de juiste bandenbreedte kan kiezen.

In sommige situaties zal de verandering van de bandenbreedte geen verschil maken, als geen rekening wordt gehouden met onderstaande factoren.

Optimale banden voor de verschillende oppervlakten:

Oppervlakte van asfalt:

droog asfalt en vochtig asfalt – als de weg in bijzonder goede staat verkeert, kun je het beste brede banden kiezen. Als het asfalt daarentegen ongelijk is (bv. met gaten, spoorvorming, asfalt van hoge leeftijd) heeft een brede band minder grip dan een smalle.

nat asfalt met een laagje water of plassen – hierop kun je het beste smallere banden gebruiken vanwege de betere waterafvoer. Hoe breder de band, hoe meer water hij moet afvoeren.

verontreinigd asfalt – als de weg is bedekt met gevallen herfstbladeren of modder die is ontstaan door water of op het wegdek is gekomen door voertuigen die uit akkers komen, zijn smalle banden het beste.

Oppervlakte van sneeuw:

losse droge sneeuw; losse bevroren sneeuw, verijsd; losse natte sneeuw, plakkerig – dit zijn zachte oppervlakten die invallen en zich verplaatsen. Dat is de hoofdoorzaak van beperkte mobiliteit. Brede banden met een agressief blokvormig loopvlak hebben de voorkeur. Lamellen in de band zijn weinig doelmatig en typische terreinbanden zijn het meest effectief bv.: met een visgraatloopvlak.

aangereden sneeuw, niet glad – kenmerkt zich door een oppervlakte met verminderde grip. Het is moeilijk aan te geven welke bandenbreedte optimaal is, maar banden met lamellen en een agressief loopvlakprofiel leveren goede grip op. Banden met een loopvlak met agressieve zijrand zorgen voor goede besturingsmogelijkheden.

gladde aangereden sneeuw – dit is een harde ondergrond, die lijkt op een ondergrond van ijs en kenmerkt zich door een aanzienlijk verminderde grip. Je rijdt hier het meest comfortabel op smalle banden met kleine lamellen. Zigzaggende lamellen leveren onder deze omstandigheden de hoogste grip, zowel in de lengte (optrekken en remmen) als in de breedte (bestuurbaarheid en stabiliteit). gesmolten sneeuw, slib, moddersneeuw.

geklonterde sneeuw, papsneeuw – dit is een zacht oppervlak dat zich net zo gedraagt als een losse, droge sneeuw.

Oppervlakte van ijs:

"zwart ijs"/opgevroren vocht, ijs onder de sneeuw – dit is een vlak en hard oppervlak dat zich kenmerkt door een aanzienlijk verminderde grip. Kies daarom voor bredere banden met goede lamellen. Zigzaggende lamellen leveren onder deze omstandigheden de hoogste grip, zowel in de lengte (optrekken en remmen) als in de breedte (bestuurbaarheid en stabiliteit).

"wit ijs"/ gladde aangereden sneeuw – dit is een harde, niet altijd vlakke ondergrond, waardoor grotere problemen ontstaan om de rijrichting vast te houden (zelfs als je rechtuit rijdt). Vanwege de ongelijkheden bevelen wij banden aan met een hoog profiel, bv.: 80 of zelfs 85. Voor verhoging van het profiel moet je meestal een 2 maten kleinere velg kiezen. Verhoging van het profiel betekent dat de band meer hoogte heeft tussen de velg en het oppervlak. Daardoor worden de ongelijkheden "opgenomen" (ze passen zich aan), zodat de grip verbetert.

"rasp"/ bevroren water met sneeuw, verijsd slib – dit is een harde en poreuze ondergrond. Het is moeilijk aan te geven welke bandenbreedte optimaal is, maar banden met een agressief loopvlakprofiel verbeteren de grip.

Algemeen gezegd kan worden aangenomen dat bredere banden beter zijn op zachte oppervlakten – de auto zal dan niet wegzakken. Bij harde oppervlakken zijn smalle banden beter. Deze hebben een hogere puntdruk voor een betere grip.

Banden moeten altijd passen bij onze behoeften en rijstijl (foto Goodyear).

Welke band moet ik kiezen? Brede of smalle?

Bepaal eerst over welke oppervlakten je het vaakst rijdt en wat je het meeste nodig hebt – mobiliteit en tractie of bestuurbaarheid en stabiliteit.

Basiscriteria voor een optimale keuze van winterbanden:

maximale mobiliteit en tractie – dit garandeert de beste mogelijkheden om je voort te bewegen, zelfs onder extreme winterse omstandigheden: sneeuwduinen, met ijs bedekte berghellingen – grip op een gestrooide "zwarte" weg is van secundaire betekenis,

maximale stabiliteit en bestuurbaarheid – meeste veiligheid onder alle omstandigheden; mobiliteit en tractie onder extreme omstandigheden is van secundaire betekenis,

Basisbehoeften van bestuurders in de winter:

Rijden op autosnelwegen, autowegen, provinciale wegen of in centra van grote steden – op deze wegen rijden we meestal op zwart asfalt. We hebben de meeste waardering voor winterbanden bij plotselinge sneeuwval, ijzel of pogingen om weg te rijden op niet gestrooide wegen in woonwijken. In deze situatie kun je het beste standaard winterbanden toepassen met een breedte die gelijk is aan die van zomerbanden. Om de grip op ijs te verbeteren kun je banden gebruiken die een maat smaller zijn.

Rijden op lokale wegen, rijden in kleine plaatsen waar geen provinciale wegen doorheen gaan, af en toe rijden over "zwarte" wegen – in een winter met veel sneeuw kan het gebeuren dat de meeste ritjes plaatsvinden over wegen die volledig of gedeeltelijk zijn bedekt met sneeuw. Bij dergelijke rijomstandigheden bevelen wij standaard winterbanden aan met een breedte die twee maten kleiner is (het is maar zelden dat je losse sneeuw tegenkomt, het gaat meestal om aangereden sneeuw of ijs).

Chauffeurs die niet zo goed zijn in rijden op besneeuwde oppervlakken of chauffeurs die er zeker van willen zijn dat ze overal kunnen komen, kunnen het beste winterbanden kopen voor extreme winterse omstandigheden met een breedte die één of twee maten kleiner is dan die van zomerbanden.

Het rijden over bergwegen en weinig gebruikte lokale wegen in gebieden waar sprake is van veel sneeuwval of waar sneeuw vaak over de weg waait – het oprijden van steile hellingen en het afdalen van diezelfde hellingen, vereist met name in de bergen zorgvuldig gekozen banden.

Bij de zwaarste sneeuw- en ijsomstandigheden raden wij alleen winterbanden voor extreme winterse omstandigheden aan, met een breedte die twee of zelfs drie maten kleiner is dan die van zomerbanden. Dergelijke banden garanderen in vergelijking met gewone winterbanden dusdanig veel tractie dat het aanbrengen van sneeuwkettingen meestal niet nodig is. Banden van dit type kunnen tijdelijk functioneren met een verlaagde bandenspanning (echter niet minder dan 1,2 bar). Dit kan bij zachte oppervlakten (bv. sneeuwduinen) het contactoppervlak met maar liefst 100% verbeteren – hiermee lijkt het alsof je band twee keer zo breed is. Alleen de grootste bandenproducenten maken dergelijke banden, bv. Goodyear, Bridgestone of Continental. Dit zijn de duurste banden op de markt.

Rijden over sneeuw vereist de juiste vaardigheden en de juiste banden (foto Goodyear).

Welke banden zijn "breed" en welke zijn "small"?

Het is heel belangrijk dat je hierbij uitgaat van de basisbreedte, namelijk de breedte die dient als ijkpunt voor de begrippen brede en smalle banden.

De producent brengt meestal drie breedten van een bandenmodel op de markt. Voor zomerbanden kun je het beste de breedste banden toepassen, hoewel uit economische overwegingen de smalste banden standaard onder auto's worden gemonteerd. Banden mogen niet breder of smaller zijn dan de banden die zijn voorzien in de handleiding.

Brede winterbanden zijn de breedste banden die zijn toegelaten door de autofabrikant. Smalle winterbanden zijn de smalste banden die zijn toegelaten door de autofabrikant.

Als je je niet houdt aan de afmetingen die zij voorzien in de gebruiksaanwijzing van het voertuig, kan de auto aangemerkt worden als "niet in goede staat" tijdens bv. controles of keuringen. Bij botsingen kan dit, zelfs als je geen schuld hebt, leiden tot nietigverklaring van de WA- en allriskverzekeringen (vanwege illegale aanpassing van de auto door toepassing van banden met een ongeschikte maat).
 

Brede of smalle banden in de winter? Samenvatting

De uiteenlopende mogelijkheden voor het kiezen van banden, afhankelijk van de omstandigheden – gelet op de veranderlijkheid van het winterweer – zou ons dwingen om enkele keren per week van banden te wisselen. Bij het kiezen van de breedte van winterbanden zul je daarom een compromis moeten sluiten.

Als je het meest te maken hebt met gevaarlijke omstandigheden op beijsde wegen, is het de moeite waard om – uit veiligheidsoverwegingen – smallere banden te gebruiken.

Als je echter het grootste gedeelte van de winter rijdt op gestrooid asfalt, raden wij de standaard bandenmaat aan.

Onthoud! Gebruik altijd de bandenmaat die is aanbevolen voor jouw voertuig door de autofabrikant. De keuze voor smallere of bredere banden moet altijd plaatsvinden binnen de reeks afmetingen die zijn aangeduid door de producent van het voertuig.

 

 

 

 

Wat vindt u over dit artikel?
Beoordeel ons

Bedankt
Voeg commentaar toe
Ik accepteer Privacybeleid nowe okno
(Let op: de inhoud van de geplaatste berichten wordt gemodereerd)