Als reden voor de populariteit van autorijden wordt vaak het gevoel van vrijheid gegeven, maar écht vrij ben je pas als je ook de lucht in kan. Zo patenteerden William Samuel Henson en John Stringfellow al in 1842 de vliegende auto, genaamd de “lucht Stoom-koets”, maar aangezien zowel de auto als het vliegtuig nog uitgevonden moesten worden kwam dit nooit van papier. De eerste echte poging werd in 1917 ondernomen door de luchtvaartpionier Glenn Curtiss. Zijn Autoplane hupte naar verluidt een beetje de lucht in en vloog nooit echt, maar het was een bron van inspiratie voor velen. We noemen de Arrowbile, de Airphibian, de ConvAirCar, de Aerocar -en er zijn er nog veel meer. De meesten kwamen niet van de grond, sommigen wel maar crashten, anderen vlogen maar kregen de financiering niet rond. Totdat enkele specialisten uit het land van Fokker en Spijker op het toneel verschenen.

PAL-V

Vorig jaar presenteerde het Nederlandse PAL-V (Personal Air and Land Vehicle) op de autosalon van Genève een vliegende auto, de eerste die de consumentenmarkt bereikt. De PAL-V is net zo groot als een auto en heeft twee afzonderlijke Rotax-benzinemotoren, één voor de vlucht (170 km/h) met een actieradius van 500 km en één voor de weg (160 km/h) met een actieradius van 1315 km. Overschakelen naar vluchtmodus duurt ongeveer 10 minuten, en het tuig is gecertificeerd volgens de voorschriften van het European Aviation Safety Agency- dus behalve je rijbewijs moet je ook een vliegbrevet hebben. Bij het overschakelen van 'helikoptermodus' naar 'rijmodus' worden het grote bovenste rotorblad en de achterste propeller omhoog geklapt en bevestigd aan het dak van de auto. Het is een gyrocopter en heeft een landingsbaan nodig: 180 meter voor het opstijgen en 80 meter voor het landen. Voor de weg is de Liberty uitgerust met een automatische versnellingsbak met vijf versnellingen die op het stuur worden bediend. De auto heeft de capaciteit voor twee personen en weegt slechts 664 kilogram en de eerste serie (reeds verkocht à €499.000) van de PAL-V Liberty Pioneer Edition is nu in productie met een geplande levering voor 2021. Daarna wordt de goedkopere PAL-V Liberty Sport €299.000 in productie genomen. Het bedrijf uit Raamsdonksveer heeft dus de technische én financiële moeilijkheden overwonnen, en is nu bezig zijn positie te consolideren door partnerships, zoals met GKN Fokker om de productie te stroomlijnen en een geplande deal met Kuwait Airways.

Auto of vliegtuig?

Nu zijn er wel meer concept vliegende auto’s, maar de meesten zien meer in een auto met een extern vliegmechaniek, zoals de Pop.Up Next van Volkswagen, Audi en Airbus, een concept waarin een kleine elektrische auto aan een drone gekoppeld wordt. Dus van de auto wordt niets extra vereist, de techniek en de autobanden zijn hetzelfde als die van een normale auto. Pas als je de vliegfuncties incorporeert in de auto komen er nieuwe uitdagingen. Zo heeft Goodyear al een concept band voor vliegende auto’s ontwikkeld: de Aero. Deze autoband heeft een kantelmechanisme dat het mogelijk maakt dat het wiel overschakelt van een normale band op de grond naar een horizontale positie waar het als een propeller functioneert. Flexibele spaken zijn ontworpen om niet alleen het gewicht van de auto te ondersteunen en de impact van de weg te absorberen, maar ook om als rotorbladen te draaien om te zorgen voor hefvermogen wanneer de band wordt gekanteld. Volgens de ontwerpers gebruikt het wiel een magnetisch veld om de auto soepel omhoog te brengen.

Heel futuristisch, maar terug naar het hier en nu: de PAL-V, heeft die nu autobanden of vliegtuigbanden? Vliegtuigbanden moeten bestand zijn tegen een breed scala van soms zeer grote krachten. Tijdens taxi-en moeten ze zorgen voor een stabiele, soepele rit en bestand zijn tegen warmteontwikkeling en slijtage. Tijdens de start moet de band het gewicht van de gyrocopter kunnen verdragen terwijl die snel accelereert. Tijdens de landing moet de band de schok van de landing en daarna de sterke rembelasting kunnen opvangen. De luchtvaartautoriteiten zullen dus geen autobanden toestaan. En de eisen aan autobanden zijn niet zo heel erg hoog in Nederland: minimaal 1,6 mm profiel en ze mogen niet nageprofileerd zijn, wat bij vliegtuigbanden vaak gedaan wordt. Maar als je, zoals in de reclamefilm van PAL-V, over de Alpen wilt vliegen dan moet je toch aan lokale vereisten voldoen, zoals winterbanden. Verder zijn bijna alle autobanden tegenwoordig radiaalbanden, maar de banden van een gyrocopter zijn diagonaal banden mét een binnenband vanwege de open constructie van het wiel. Behalve de profieldiepte moet je voor een klein vliegtuig als een gyrocopter letten op de hardheid van het rubber, aantal en breedte van groeven en het materiaal dat gebruikt wordt. Over het algemeen betekent harder rubber dat het loopvlak langer meegaat. Maar een fabrikant kan de rubberhardheid niet zomaar verhogen, omdat een band uit één stuk is gegoten en een zijwand van te hard rubber gevoelig kan zijn voor scheuren. Tot voor kort hadden de meeste lichte vliegtuigbanden vier groeven, maar recentelijk zijn er banden op de markt gekomen met een hogere weerstand tegen aquaplaning. En als materiaal kun je zelfs kiezen voor Kevlar. Dus nogal een flinke lijst aan vereisten voor banden voor de vliegende auto!

En, last but not least: rondvliegen in je auto boven het Prins Clausplein als een ware Vliegende Hollander is niet alleen cool, maar het vervuilt minder dan je zou denken: een recente studie van Nature benadrukt dat vliegende auto's in sommige gevallen uiteindelijk groener kunnen zijn dan zelfs elektrische auto’s!