Het nieuws over de elektrische auto’s wereldwijd vliegt ons om de oren. De ontwikkelingen gaan in hoog tempo door en de kans is groot dat we binnenkort allemaal elektrisch rijden. Maar zo nieuw is dit idee helemaal niet. Ja, we kijken reikhalzend uit naar de volgende modellen en de mogelijkheden om lange afstanden te kunnen rijden zonder constant op te moeten laden, maar meer dan 100 jaar geleden reden de eerste elektrische taxi’s al in Europa. Zij waren toen de standaard aan de andere kant van de oceaan.

Wanneer reed de eerste elektrische auto?

Het is niet bekend wanneer de eerste elektrische auto reed. En er is al helemaal niet één ontwikkelaar geweest die dit op zijn of haar naam heeft kunnen zetten. Jedlik ontwikkelde al in 1828 een elektromotor en sloot deze aan op een modelauto, in 1834 deed Davenport in Vermont ongeveer hetzelfde. En in hetzelfde jaar zien we ook de ontwikkelingen in Nederland van start gaan. Professor Sibrandus Stratingh ontwikkelde de eerste elektrische auto die een jaar later ook daadwerkelijk zou gaan rijden.

Stratingh legde zich toe op de ontwikkeling van de elektrische auto (een wagentje met drie wielen) omdat hij de stoomrijtuigen vervuilend en vies vond. Daarnaast maakten de stoommachines van die tijd ontzettend veel geluid, wat niet echt wenselijk was bij gebruik in een stad. Stratingh zag dus, bijna 180 jaar geleden, al in dat elektrisch rijden de toekomst was. Hij had alleen nooit in kunnen schatten dat er zóveel tijd voor nodig zou zijn.

Maar de grote ontwikkelingen vonden niet in Nederland plaats

De grootste ontwikkelingen hadden niet in Nederland plaats, maar in Amerika waar Thomas Davenport en Robert Davidson de handen ineen sloegen. Zij ontwikkelden geen compleet nieuwe technologie, maar verzamelden het werk van hun voorgangers en verbeterden de accu’s, de elektromotoren en de aandrijflijnen om zo een betere elektrische auto neer te kunnen zetten.

Was dit genoeg? Nee, er mist namelijk nog een heel belangrijk element voordat de elektrische auto door kon breken. We zouden het bijna vergeten omdat er nu overal stroom is, maar dat was niet het geval in het midden van de negentiende eeuw. Dat zou pas aan het einde van die eeuw gebruikelijk worden. Dit hebben we te danken aan Thomas Edison, die de gloeilamp uitvond. De interesse in deze technologie was groot – en dat betekende dat er een stroomnetwerk nodig was.

De beschikbaarheid van elektriciteit zorgde ervoor dat de elektrische auto vrij baan kreeg. Er was nu namelijk ook een infrastructuur aanwezig voor het opladen van de auto (en dat is op dit moment opnieuw een heikel punt!).

Een paar interessante feitjes op rij uit die tijd:

  • De elektrische auto startte gewoon direct. Auto’s op gas moesten aangeslingerd worden (tijdrovend en gevaarlijk). Stoomrijtuigen hadden ongeveer drie kwartier nodig om warm te lopen op koude dagen voordat zij konden rijden.
  • De elektrische auto was de enige auto waarbij niet geschakeld hoefde te worden tijdens het rijden, wat een enorm voordeel was met de gebrekkige schakeltechniek in die tijd.
  • De elektrische auto had een kleiner bereik dan auto’s op gas en stoom, maar doorgaans werden auto’s alleen in de stad gebruikt omdat het in 1880 nagenoeg onmogelijk was om buiten de steden te rijden (de A12 lag er nog niet bijvoorbeeld).

Het enorme wagenpark met elektrische taxi’s

In 1897 was het tijd voor de grote ontwikkelingen op het gebied van de elektrische taxi. In New York werd een compleet elektrisch wagenpark ingezet voor het vervoer van mensen. Deze auto’s waren gemaakt door Electric Carriage en Wagon Company uit Philadelphia, later Electric Vehicle Company. Zij werden ontworpen door de ontwikkelaars van de Electrobats, (de eerste volledig elektrische auto’s in Amerika), Henry Morris en Pedro Salom. Op KCstudio staat nog origineel materiaal uit de tijd van de Electrobat.

Opmerkelijk is dat deze eerste taxi’s niet verkocht werden. De taxichauffeurs konden de elektrische taxi’s huren. Het bedrijf zorgde hiermee voor een lage instap en bood zelfs laadpunten en garages voor snelle reparaties aan. In 1899 werd het bedrijf overgenomen en werd de ‘Lead Cab Trust’ opgericht. Onder leiding van Whitney, Brady en Widener werd snel een monopolie verworven door de elektrische taxi’s in alle grote steden in Amerika aan te bieden. Het duurde niet lang voordat het bedrijf in opspraak raakte. Enerzijds vanwege het gehate monopolie, anderzijds vanwege de elektrische auto die terrein bleef verliezen op de alternatieven.

Waarom heeft de elektrische auto uit de 19de eeuw de tand des tijds niet overleefd?

De elektrische auto heeft de strijd verloren van de benzinemotoren. Enerzijds omdat er veel meer tijd en aandacht in gestoken werd, anderzijds omdat de techniek achter de elektrische auto destijds gewoon te duur was en niet ver genoeg ontwikkeld was. Leg het bereik van de alternatieven naast die van de elektrische auto en de EV staat ver achter. De topsnelheid van een elektrische auto was daarnaast veel lager dan die van een auto met brandstofmotor – en het maken van een benzinemotor kostte minder dan het ontwikkelen van sterkere elektromotoren. En om het nóg erger te maken voor de elektrische variant, waren de elektrische taxi’s vele malen zwaarder dan de modellen met verbrandingsmotor, waardoor hoge eisen gesteld moesten worden aan de materialen die gebruikt werden.

Dit resulteerde in een gortig prijsverschil. Een instapmodel van de elektrische auto lag begin 20ste eeuw op ongeveer $ 1000 (gelijk aan $ 20.000 vandaag de dag) en dan was de auto van weinig gemakken voorzien. Henry Ford bood zijn auto’s (niet elektrisch) in 1915 aan voor ongeveer $ 500 (gelijk aan ongeveer $ 10.000 vandaag) aan, met aanzienlijk wat meer luxe. Op dat moment werd de gemiddelde elektrische auto verkocht voor een slordige $ 1700…

Er was nog maar één ontwikkeling nodig om de elektrische auto volledig de nek om te draaien. En dat gebeurde dan ook niet veel later toen er ruwe olie in Texas en Oklahoma gevonden werd. De prijs van benzine stortte in en kwam in hoog tempo overal beschikbaar. Hierdoor won de auto op fossiele brandstof gemakkelijk het terrein. Vandaar dat deze auto meer dan 100 jaar zou domineren tot de huidige tijd waarin we (net als Professor Sibrandus Stratingh) moeten constateren dat de huidige mobiliteit wel heel erg slecht is voor het milieu – en dat er betere alternatieven zijn.